Schrobbelèr maakt gebruik van cookies

Cookies zijn kleine bestanden die met pagina’s van deze website worden meegestuurd en door uw browser op de harde schrijf van uw computer worden opgeslagen. Er zijn verschillende soorten cookies die gebruikt worden voor verschillende doeleinden. Voor het plaatsen van cookies is soms wel en soms geen toestemming nodig.

Schrobbelèr plaatst functionele cookies, om de website naar behoren te laten functioneren en analytische cookies waarmee wij het gebruik van de website kunnen meten. Deze cookies gebruiken geen persoonsgegevens.

Geef hieronder uw toestemming voor het plaatsen van cookies door social medianetwerken toe, deze netwerken kunnen u volgen en uw internetgedrag gebruiken voor andere doeleinden die wel persoonsgegevens verwerken.

Als u meer wilt weten over de cookies die wij gebruiken, de gegevens die daarmee verzameld worden en over uw rechten op dit punt, lees dan ons cookie statement en privacy policy om meer te leren over onze cookies.

Friet met Schrobbèler Stoof

Koud buiten, of gewoon zin een fantastisch gerecht? Dan is het heerlijk om te genieten van een warme en kruidige klassieker: stoofvlees! Het ouderwetse potje stoofvlees kent een lange, lange traditie. Van oer-Hollandse hachee, Limburgs Zoervleisj tot de Franse Boeuf Bourguignon: iedere plek, ieder land kent haar eigen recept. Maar de basis is overal hetzelfde: rundvlees wat na heel lang sudderen in bouillon, wijn, bier of gewoon water uit elkaar valt en zó mals wordt dat het vlees bijna smelt op je tong. Deze variant is met Schrobbelèr, wat zeker garant staat voor warmte, traditie en kruidige gezelligheid. De zoete tonen van de Schrobbelèr gaan erg goed met de andere ingrediënten.
Onderstaand recept is een basisrecept. Hier valt volop mee te variëren. Heerlijk met zelfgemaakte friet: Frietje Schrobbelèr Stoof.

Ingrediënten

(voor 4 flinke porties)

  • – 1 kg runderlappen
  • – 2 grote uien
  • – 3 tenen knoflook
  • – 2 laurierblaadjes
  • – 5/6 kruidnagels
  • – Bloem
  • – 1 runderbouillonblokje
  • – 300ml Schrobbelèr
  • – 300ml water
  • – 3/4 plakken ontbijtkoek
  • – Roomboter om in te bakken
  • – Peper en zout
  • – Ter garnering eventueel wat verse peterselie en gebakken uitjes

Bereiding

  • – Pel en snipper 1 ½ ui. Gebruik de andere halve ui om met de kruidnagels de laurierblaadjes in de ui te prikken. Kruidnagels zijn klein, maar zo kun je ze later goed terugvinden in de pan.
  • – Pel en hak de knoflook fijn.
  • – Als je een grote pan hebt: snijdt de runderlappen dan niet. Bij een kleinere pan is het handig om het vlees in grove stukken te snijden.
  • – Bestrooi de runderlappen met zout en peper.
  • – Hussel het vlees even door de bloem.
  • – Verwarm de braadpan en verhit de roomboter. Voeg het vlees toe en bak het rondom bruin. Niet laten aanbakken!
  • – Voeg de uien en knoflook toe en bak het even mee. Niet te bruin laten worden.
  • – Blus alles met 200ml Schrobbelèr.
  • – Voeg de halve ui met laurierblaadje toe. Leg de deksel op de pan en laat het vlees op laag vuur stoven. Schenk voor jezelf een goeie borrel in, want we hebben nog tijd genoeg.
  • – Voeg na circa 30 minuten het bouillonblokje en het water toe.
  • – Laat het vlees minimaal 4-5 uur stoven, zonder dat het droog komt te staan. Roer het af te toe door. Je mag er altijd een scheutje Schrobbelèr (of water) bij doen.
  • – Haal het deksel dan van de pan, zodat de saus kan indampen.
  • – Verwijder de halve ui met laurierblaadje.
  • – Trek met twee vorken het vlees uit elkaar, zodat er draadjes ontstaan.
  • – Breek de ontbijtkoek in blokjes en roer door de saus.
  • – Gooi het laatste scheutje Schrobbelèr door de saus en laat het nog even zachtjes pruttelen tot het de gewenste dikte heeft. Breng daarna eventueel nog op smaak met peper en zout.
  • – Om het helemaal af te maken kun je het gerecht garneren met wat fijngehakte verse peterselie en gebakken uitjes. Het oog wil ook wat!
  • – Verse friet maak je natuurlijk zelf, volgens je eigen recept of kijk hier.
  • – Ga lekker zitten en geniet! Een borrel ernaast maakt de sfeer compleet.

Tips:

  • – Gebruik lekker dikke runderlappen. Die bevatten net wat minder vet dan sukade of riblappen en staan garant voor mooi draadjesvlees als je het de tijd geeft.
  • – Maak gebruik van een pan met dikke bodem. Liefst een goede braadpan of ouderwetse gietijzeren pan. Door de dikke bodem wordt de warmte goed verspreid. Houdt het vuur altijd laag, zodat het maar nét pruttelt.
  • – Gebruik alle ingrediënten (dus ook de Schrobbelèr) op kamertemperatuur. Haal het vlees minimaal een uurtje van tevoren uit de koelkast. Door het temperatuurverschil zou het vlees kunnen schrikken en sluit het zich af, waardoor het geen vocht meer opneemt. Zonde!
  • – Zet het vlees lekker helemaal onder. Niet alleen vis moet zwemmen…
  • – Gezelligheid kent geen tijd, maar stoofvlees wel! Hoe langer, hoe beter. Geef het dus zeker een uurtje of 4-5 om te sudderen, van een goede nacht slaap wordt het vlees zelfs nog beter. Zet in dat laatste geval het vuur wel uit, om te zorgen dat het vlees niet droog komt te staan. De volgende dag gewoon weer op een laag vuurtje verder gaan.

Smakelijk!